EPB

Wat is EPB?

EPB is de afkorting van EnergiePrestatie en Binnenklimaat. De EPB-regelgeving legt eisen op om het energieverbruik van gebouwen te beperken en het comfort binnen te optimaliseren. Deze EPB-eisen werden in België ingevoerd aan de hand van een Europese EPB-richtlijn die werd goedgekeurd tegen de achtergrond van het Kyoto-protocol (met als doel de uitstoot van broeikasgassen te beperken).

De opgelegde eisen hebben in hoofdzaak betrekking op isolatie, technische installaties, ventilatie en oververhitting.

Wanneer is een bouwproject EPB-plichtig?

Kort samengevat is een project EPB-plichtig als er een omgevingsvergunning (bouwvergunning of melding) wordt aangevraagd voor een gebouw dat verwarmd of gekoeld wordt. Binnen deze vergunning zijn eventuele niet-vergunningsplichtige werken ook onderworpen aan de EPB-eisen.

Bij twijfel of je project al dan niet aan de energieprestatieregelgeving moet voldoen, kan je steeds de EPB-wegwijzer gebruiken. Aan de hand van een aantal meerkeuzevragen ga je dan na aan welke eisen het project al dan niet moet voldoen. Die eisen zijn afhankelijk van het jaar van de bouwaanvraag, de aard van de werken (nieuwbouw of renovatie) en de bestemming/functie van het gebouw (wonen, kantoren, recreatie, …)

Wanneer is een EPB-verslaggever verplicht?

Voor ieder project dat EPB-plichtig is, dient een EPB-verslaggever aangesteld te worden. Dat is niet eender wie. De EPB-verslaggever moet erkend zijn door het Vlaams Energieagentschap (VEA). Het opmaken van EPB-verslagen verreist namelijk voldoende vakkennis en continue bijscholing.

Om Struktuur in te schakelen voor de EPB-verslaggeving, klik hier.

In welke bouwfase moet je de EPB-verslaggever aanstellen?

In het ideale geval voor de start van de werken. Op die manier kan indien nodig tijdig bijgestuurd worden. 

Wat doet de EPB-verslaggever?

De EPB-verslaggever maakt op basis van de architectuurplannen en voorgestelde technieken een eerste EPB-berekening op. Daarna is hij verplicht om eenmalig schriftelijk advies te geven over het behalen van de EPB-eisen. Bijkomend kan hij ook advies geven om een optimaal energieconcept te bekomen.

Bij de start van de werken dient de EPB-verslaggever de startverklaring in op basis van deze eerste berekeningen. De resultaten hiervan zijn niet bindend.

Na de werken maakt de EPB-verslaggever de EPB-eindaangifte op. De bouwheer is als aangifteplichtige verantwoordelijk voor het verzamelen van alle bewijsstukken die kunnen staven dat de werken uit de EPB-aangifte effectief uitgevoerd werden. 

Wat is het E-peil?

Het E-peil geeft de energiezuinigheid van een gebouw aan. Hoe lager het E-peil, hoe energiezuiniger het gebouw.

Het E-peil en het berekende energieverbruik zijn echter slechts een indicatie. Ze komen dus niet 1 op 1 overeen met het werkelijke energieverbruik van een woning. In de EPB-studie voor woningen wordt namelijk geen rekening gehouden met het verbruik van huishoudtoestellen, verlichting, enz. Het werkelijke verbruik hangt dan ook af van huishouden tot huishouden.

Hoe wordt het E-peil berekend?

Om het E-peil te berekenen, wordt rekening gehouden met veel verschillende factoren. Globaal gezien is het E-peil afhankelijk van het gebouwontwerp (oriëntatie, vormefficiëntie), de gebouwschil (isolatie, luchtdichtheid, glasoppervlakken) en de voorziene technieken (verwarming + sanitair warm water, ventilatie, eventuele koeling en zonnepanelen/zonneboiler).

Al deze gegevens worden ingevoerd in de EPB-software. Die berekent vervolgens het theoretische energieverbruik. Door dat energieverbruik te vergelijken met het energieverbruik van een referentiegebouw bekom je het E-peil.

Hoe kan je het E-peil verlagen?

Het E-peil is afhankelijk van het gebouwontwerp (oriëntatie, vormefficiëntie), de gebouwschil (isolatie, luchtdichtheid, glasoppervlakken) en de voorziene technieken (verwarming + sanitair warm water, ventilatie, eventuele koeling en zonnepanelen/zonneboiler). Aanpassingen op elk van deze niveaus kan dus een beter E-peil opleveren. Niet alle elementen wegen echter evenveel door.

Hieronder geven we een aantal suggesties voor een lager E-peil:

· Compact ontwerp: hoe compacter een woning, hoe kleiner de verliesoppervlaktes waarlangs warmte kan ontsnappen, en hoe lager het energieverbruik.

·  Thermische isolatie van de gebouwschil: door de muren, daken en vloeren te isoleren, hou je de warmte buiten in de zomer (of binnen in de winter). Ook de isolerende eigenschappen van ramen en deuren speelt hier een rol.

· Luchtdichte gebouwschil: zelfs bij een goed geïsoleerde gebouwschil kan er nog warmte ontsnappen. Met een luchtdichtheidsmeting (of blowerdoortest) breng je de ‘luchtlekken’ in kaart (spleten en kieren). Verplicht is deze test niet, maar afhankelijk van het resultaat, kan hij je tot 10 E-peilpunten opleveren.

· Oriëntatie en zontoetreding: de isolatiewaarde van de profielen en van de beglazing van ramen hebben een invloed op het E-peil, maar ook de oriëntatie en de afmetingen ervan. Als algemene regel geldt: hoe meer glas op het zuiden en hoe groter de raamoppervlakken, hoe groter de impact op het E-peil.

· Verwarming: het E-peil wordt bepaald door het type ketel, het soort regeling en de manier waarop het sanitair warm water (SWW) wordt aangemaakt.

· Ventilatie: luchtdicht bouwen gaat hand in hand met ventileren. Voor het E-peil speelt het type ventilatiesysteem mee, meer bepaald het verbruik, het debiet en de kwaliteit van het toestel.

· Hernieuwbare energie: de plaatsing van zonnepanelen of van een zonneboiler zorgt altijd voor een verlaging van het E-peil.

Wat is het S-peil?

Het ’S-peil’ (ook ‘schilpeil’ of ‘gebouwschilindicator’) drukt de energie-efficiëntie van de volledige gebouwschil uit. Het is een allesomvattend getal dat alle energetische kwaliteiten van de verschillende onderdelen van de gebouwschil gelijkwaardig beoordeelt (zowel de winsten als de verliezen).

Het S-peil is er gekomen ter vervanging van het K-peil en de netto-energiebehoefte voor verwarming. Het doel ervan is het accent te verschuiven van de technieken naar de beperking van de energievraag zelf.

Het S-peil geldt per wooneenheid. Elk appartement in een appartementsgebouw heeft dus zijn eigen S-peil.

Hoe kan je het S-peil verlagen?

De belangrijkste parameters voor een laag S-peil zijn het isolatieniveau, de luchtdichtheid, de grootte en de vormefficiëntie van het gebouw, de oriëntatie van de ramen en het type beglazing.

Het S-peil verbeteren kan door in de ontwerpfase al na te denken over elk van deze parameters (bij nieuwbouw) of door er achteraf in te investeren (bij renovatie).

· Vormefficiëntie: een open bebouwing is minder vormefficiënt dan een halfopen of gesloten bebouwing. Het Vlaams Energieagentschap (VEA) raadt aan te streven naar een vormefficiëntie van minstens 0,70.

· Isolatieniveau: het S-peil van de gebouwschil wordt bepaald door de isolatiegraad en door de aanwezigheid van zoveel mogelijk EPB-aanvaarde bouwknopen.

· Luchtdichtheid: door kieren en spleten kan koude lucht binnendringen en warmte ontsnappen. Dit kan zowel tocht als condensatie creëren, wat op zijn beurt leidt tot schimmelvorming. Deze problemen vermijd je door luchtdicht te bouwen, met een lager S-peil als gevolg. Om te weten hoe luchtdicht je woning is, is de uitvoering van een luchtdichtheidstest (of blowerdoortest) aangewezen.

· Warmtewinsten door zonnewinsten: deze kunnen positief zijn in de winter, maar ook leiden tot oververhitting in de zomer. Het is dus aangewezen om genoeg aandacht te schenken aan de grootte, de oriëntatie en het type beglazing. Voorzie de nodige beschaduwing (vast of mobiel). Ook de thermische inertie van de schil kan een invloed hebben op het tegengaan van oververhitting (in de zomer) of het vasthouden van de warmte (in de winter). 

Schrijf je in voor onze nieuwsbriefNieuwsbrief
Vraag een vrijblijvende offerte aanOfferteaanvraag