Veiligheid

Wanneer dien je een veiligheidscoördinator aan te stellen?

Van zodra er twee of meer aannemers tegelijk of na elkaar activiteiten uitoefenen op de bouwplaats, is de veiligheidscoördinatie tijdens de ontwerp- en verwezenlijkingsfase verplicht.
Let op: onder ‘aannemers’ vallen niet alleen de aannemers zoals bedoeld in de courante omgangstaal, maar ook alle natuurlijke personen en rechtspersonen die tijdens de verwezenlijking van het bouwwerk activiteiten verrichten. Nutsmaatschappijen zijn in die zin dus ook aannemers. Particuliere doe-het-zelvers worden evenwel niet als aannemers beschouwd.

Om Struktuur in te schakelen voor de veiligheidscoördinatie, klik hier.

Is de veiligheidscoördinatie ook van toepassing op zelfstandigen?

Ja. Ook de zelfstandigen en de werkgevers die zelf een activiteit op de bouwplaats uitoefenen, moeten – voor zover het KB van 25.01.2001 op hen van toepassing is – de voorschriften inzake het welzijn op het werk naleven, en dat op dezelfde wijze als de werkgevers ten opzichte van hun personeel.
De zelfstandigen zullen dus niet enkel de gezondheid en de veiligheid van de andere personen op de bouwplaats moeten vrijwaren, maar ook die van zichzelf.
In dat opzicht moeten de zelfstandigen en de werkgevers die zelf een beroepsactiviteit op de bouwplaats uitoefenen, de arbeidsmiddelen en de persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s) die zij op de bouwplaats inzetten, gebruiken, onderhouden en laten controleren, overeenkomstig de bepalingen van de koninklijke besluiten en dit op dezelfde wijze als de werkgevers hiertoe verplicht zijn.

Op welke bouwwerken is de veiligheidscoördinatie van toepassing?

Graafwerken, grondwerken, funderings- en verstevigingswerken, waterbouwkundige werken, wegenwerken, plaatsing van nutsleidingen, bouwwerken, (de) montage van geprefabriceerde elementen, liggers en kolommen, inrichtings- en uitrustingswerken, verbouwingswerken, vernieuwbouw, herstellingswerken, ontmantelingswerken, sloopwerken, instandhoudingswerken, onderhouds-, schilder- en reinigingswerken, saneringswerken, afwerkingswerkzaamheden behorende bij een of meer hogervermelde werken. 

Wie stelt de veiligheidscoördinator aan?

Bij bouwwerken met een oppervlakte van 500 m² of meer behoort de aanstelling van de veiligheidscoördinator-ontwerp en de veiligheidscoördinator-verwezenlijking tot de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever (de bouwheer).

Bij bouwwerken met een oppervlakte kleiner dan 500 m² moet in principe een bouwdirectie (architect, hoofdaannemer, …) de veiligheidscoördinator aanstellen. Wanneer de opdrachtgever ook werkgever is, mag hij de verplichting om een veiligheidscoördinator aan te stellen overnemen van de bouwdirectie.

Wat is het verschil tussen een veiligheidscoördinator en een preventieadviseur?

De preventieadviseur adviseert zijn werkgever. Hij schrijft daarbij passende preventiemaatregelen voor voor zijn eigen werknemers.

De coördinator veiligheid en gezondheid adviseert de persoon die hem heeft aangesteld. Hij organiseert de samenwerking en de coördinatie van de verschillende aannemers op het vlak van veiligheid. 

Hoe verloopt de veiligheidscoördinatie?

De veiligheidscoördinatie bestaat uit drie fasen: voor aanvang van de werken, tijdens de werken en na de werken.

1.       De ‘veiligheidscoördinator-ontwerp’ is vanaf het begin betrokken bij het project waarvoor hij is aangesteld. Nadat hij de plannen van het project heeft doorgenomen, stelt hij een ‘veiligheids- en gezondheidsplan ontwerp’ op. Daarin overloopt hij de risicovolle elementen voor de werken, op basis waarvan preventiemaatregelen worden opgesteld.

2.       Van zodra de werken zijn opgestart, zal de ‘veiligheidscoördinator-verwezenlijking’ de werken controleren en nagaan of alle veiligheidsmaatregelen worden gerespecteerd. Dit kan onaangekondigd of tijdens werfvergaderingen. Tijdens deze bezoeken stelt de veiligheidscoördinator eventuele extra maatregelen voor aan de aannemer om (latere) werken veiliger te doen verlopen. Voorbeelden van dergelijke maatregelen zijn het plaatsen van extra stellingen, het aanbrengen van borstweringen, het afdekken van putten, … Deze bezoeken worden uitgevoerd tijdens risicovolle werken.

3.       Als de werken zijn afgerond, stelt de veiligheidscoördinator het postinterventiedossier (PID) op. Dit dossier bevat informatie (plannen, verslagen, technische fiches, ...) van het project die wordt aangeleverd door de architect, de aannemers en de bouwheer. Deze informatie is nuttig bij latere onderhouds- of herstellingswerken. Bij de verkoop van je woning zal je het PID moeten overhandigen aan de kopers op het moment van de ondertekening van de akte bij de notaris.

Waarom is de veiligheidscoördinatie belangrijk?

Het uiteindelijke doel van de veiligheidscoördinatie is het aantal arbeidsongevallen en beroepsziekten in de bouwsector te verminderen.

In de ontwerpfase heeft de veiligheidscoördinator volgende taken:

· hij ziet erop toe dat de bouwdirectie ontwerp (of diens onderaannemer, of eventueel de opdrachtgever)  tijdens de ontwerp-, studie- en uitwerkingsfase van het ontwerp de algemene preventiebeginselen in acht neemt bij de bouwkundige, technische of organisatorische keuzes. Dit geldt zowel voor de planning van de verschillende werken of werkfasen die tegelijk of na elkaar plaatsvinden als voor de raming van de duur van de verwezenlijking van de verschillende werken of werkfasen; 

· hij stelt het veiligheids- en gezondheidsplan op en neemt er de hogervermelde keuzes in op, alsook de kritieke fasen (voor de veiligheid en de gezondheid) waarop de coördinator-verwezenlijking ten minste op de bouwplaats aanwezig moet zijn;

· hij past het veiligheids- en gezondheidsplan aan aan elke wijziging die aangebracht wordt aan het ontwerp;

· hij maakt de elementen uit het veiligheids- en gezondheidsplan over aan de tussenkomende partijen, voor zover deze elementen hen betreffen; 

· in het geval van werken < 500 m2: hij zorgt ervoor dat de betrokkenen schriftelijk in kennis worden gesteld van hun eventuele gedragingen, handelingen, keuzes of nalatigheden die in strijd zijn met de algemene preventieprincipes. Daarvoor mag de veiligheidscoördinator ook een coördinatiedagboek gebruiken;

· hij adviseert de opdrachtgevers inzake de overeenstemming van het document gevoegd bij de offertes, bedoeld in artikel 30, tweede lid, 1°, met het veiligheids- en gezondheidsplan en stelt hen in kennis van eventuele niet-overeenstemmingen; 

· hij opent het coördinatiedagboek (in het geval van werken van 500 m2 of meer) en het postinterventiedossier, houdt het bij en vult het aan (zie ook de vraag “Wat wordt bedoeld met het coördinatiedagboek?”, die taken van de coördinator-ontwerp inhoudt); 

· hij draagt het veiligheids- en gezondheidsplan, het (eventuele) coördinatiedagboek en het postinterventiedossier over aan de opdrachtgevers en legt die overdracht en het einde van het ontwerp van bouwwerk schriftelijk vast (in het coördinatiedagboek als er een is en in een afzonderlijk document).

In de verwezenlijkingsfase heeft de veiligheidscoördinator volgende taken:

· hij coördineert de tenuitvoerlegging van de algemene preventie- en veiligheidsbeginselen bij de technische of organisatorische keuzes, met het oog op de planning van de verschillende werken of werkfasen die tegelijk of na elkaar worden uitgevoerd, evenals bij de raming van de duur van de uitvoering van deze verschillende werken of werkfasen; 

· hij coördineert de tenuitvoerlegging van de relevante bepalingen om ervoor te zorgen dat de aannemers de algemene preventiebeginselen en de na te leven beginselen tijdens de verwezenlijking coherent toepassen, alsook het veiligheids- en gezondheidsplan toepassen;

· hij organiseert de samenwerking en de coördinatie van de aannemers, die tegelijk of na elkaar op de bouwplaats aanwezig zijn; 

· hij coördineert de controle op de juiste toepassing van de werkprocedures; 

· hij treft de nodige maatregelen opdat alleen bevoegde personen de bouwplaats kunnen betreden; 

· hij past het veiligheids- en gezondheidsplan aan en maakt de nodige elementen hieruit over aan de tussenkomende partijen, voor zover deze elementen hen aanbelangen; 

· in het geval van werken < 500 m2: hij zorgt ervoor dat de betrokkenen schriftelijk in kennis worden gesteld van hun eventuele gedragingen, handelingen, keuzes of nalatigheden die in strijd zijn met de algemene preventieprincipes. Daarvoor mag de veiligheidscoördinator eventueel ook een coördinatiedagboek gebruiken;

· in het geval van werken van 500 m2 of meer: hij houdt het coördinatiedagboek bij en vult het in. Hij noteert de tekortkomingen van de tussenkomende partijen (ten opzichte van de algemene en specifiek op de bouwplaats toepasselijke preventiebeginselen) in het coördinatiedagboek en stelt de opdrachtgever hiervan in kennis. Hij noteert de opmerkingen van de aannemers in het coördinatiedagboek en laat ze door hen viseren;

· hij roept de (eventuele) coördinatiestructuur samen;

· hij vult het postinterventiedossier aan in functie van de elementen van het geactualiseerde veiligheids- en gezondheidsplan die voor de uitvoering van latere werkzaamheden aan het bouwwerk van belang zijn;

· bij de (voorlopige) oplevering draagt hij de geactualiseerde documenten (veiligheids- en gezondheidsplan, (eventuele) coördinatiedagboek) en het postinterventiedossier over aan de opdrachtgever. Deze overdracht moet worden vastgesteld in een proces-verbaal dat bij het postinterventiedossier wordt gevoegd.

Wanneer bezoekt de veiligheidscoördinator-verwezenlijking de werf?

De veiligheidscoördinator-verwezenlijking (VCV) komt langs tijdens de kritieke fasen. Dit zijn expliciet de tijdstippen waarop een risico-overdracht gebeurt tussen de actoren, zoals de opkomst van een volgende aannemer en/of het beëindigen van de tussenkomst van een aannemer die een restrisico achterlaat. De aanwezigheid van de veiligheidscoördinator is niet noodzakelijk gebonden aan het precieze ogenblik, maar wel aan de fase waarin zo’n overdracht gebeurt.

Daarnaast kan de veiligheidscoördinator de werf ook altijd bezoeken op eenvoudig verzoek van de opdrachtgever, bouwdirectie, …

Welke documenten maakt de veiligheidscoördinator op?

De veiligheidscoördinator stelt drie documenten op:

1.       het veiligheids- en gezondheidsplan (VGP)

2.       het coördinatiedagboek (CD)

3.       het postinterventiedossier (PID)

Wat is het Veiligheids- en Gezondheidsplan (VGP)?

Dit is het document of het geheel van documenten dat de op basis van risicoanalyses vastgestelde preventiemaatregelen bevat ter voorkoming van de risico’s waaraan de werknemers kunnen worden blootgesteld als gevolg van:

· de aard van het bouwwerk;

· de wederzijdse inwerking van activiteiten van de diverse tussenkomende partijen die op hetzelfde moment op de bouwplaats aanwezig zijn;

· de opeenvolging van activiteiten van de diverse tussenkomende partijen, waarbij na de beëindiging van een tussenkomst risico’s blijven bestaan voor de tussenkomende partijen die erna komen;

· de wederzijdse inwerking van alle installaties of alle andere activiteiten op of in de nabijheid van de site waar de bouwplaats is gevestigd, meer bepaald het openbaar of privaat goederen- of personenvervoer, het aanvatten of de voortzetting van het gebruik van een gebouw of de voortzetting van eender welke exploitatie;

· de uitvoering van mogelijke latere werkzaamheden aan het bouwwerk.

Wanneer is het Veiligheids- en Gezondheidsplan verplicht?

Het veiligheids- en gezondheidsplan is steeds verplicht voor de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen waarvoor een coördinator-ontwerp of een coördinator-verwezenlijking moet worden aangesteld en waar werkzaamheden worden uitgevoerd die als gevaarlijk of met een verhoogd risico worden beschouwd (opgesomd in art. 26 §1 van het KB, waaronder gevaren van bedelving, valgevaar van 5 meter of meer, graven of werken aan sleuven of putten van meer dan 1,2 meter diepte, werken in de nabijheid van drijfzand of slib, ondergrondse werken en tunnelwerken, werkzaamheden onder overdruk, met duikuitrusting, met springstoffen, met (de)montage van zware geprefabriceerde elementen, …).

Het veiligheids- en gezondheidsplan is bovendien verplicht voor de bouwplaatsen van grotere omvang (art. 26 §2 van het KB):

· waarbij de vermoedelijke duur van de werkzaamheden langer is dan dertig werkdagen en waar op een of meer ogenblikken meer dan twintig werknemers tegelijk aan het werk zijn, of

· waarbij het vermoedelijke werkvolume groter is dan 500 mandagen.

Welke informatie staat in het Veiligheids- en Gezondheidsplan?

Het volledige veiligheids- en gezondheidsplan bevat:

· de beschrijving van het te realiseren bouwwerk vanaf het ontwerp tot de volledige verwezenlijking;

· de beschrijving van de resultaten van de risicoanalyses;

· de beschrijving van de preventiemaatregelen;

· de raming van de duur van de verwezenlijking van de verschillende werken of werkfasen die tegelijk of na elkaar plaatsvinden;

· de lijst met de namen en adressen van alle opdrachtgevers, bouwdirecties en aannemers, vanaf het moment dat deze personen bij de bouwplaats betrokken worden;

· de naam en het adres van de coördinator-ontwerp;

· de naam en het adres van de coördinator-verwezenlijking vanaf het moment van zijn aanstelling.

Wat is het coördinatiedagboek (CD)?

Het coördinatiedagboek is het document of het geheel van documenten dat door de coördinator wordt bijgehouden. Het vermeldt de gegevens en bemerkingen betreffende de veiligheidscoördinatie en gebeurtenissen op de bouwplaats.

Het coördinatiedagboek is verplicht op alle tijdelijke of mobiele bouwplaatsen waar werken met een oppervlakte van 500 m2 of meer worden uitgevoerd waarvoor een coördinator-ontwerp of een coördinator-verwezenlijking moet worden aangesteld. Indien op deze bouwplaatsen (van 500 m2 of meer) geen werken met een verhoogd risico (art. 26 §1) of werken beneden een bepaalde omvang (art. 26 §2) worden uitgevoerd, mag het coördinatiedagboek worden vervangen door een schriftelijke inkennisstelling van de betrokkenen van hun eventuele gedragingen, handelingen, keuzes of nalatigheden die in strijd zijn met de algemene preventieprincipes.

Op de bouwplaatsen met een oppervlakte van minder dan 500 m2 mag het coördinatiedagboek altijd worden vervangen door deze schriftelijke inkennisstelling. Het coördinatiedagboek mag een afzonderlijk document of een geheel van afzonderlijke documenten zijn. Het mag ook worden gecombineerd met het dagboek der werken of met andere documenten die een gelijkaardige functie hebben. Alle gegevens en de bemerkingen worden vermeld op genummerde bladzijden of geregistreerd aan de hand van een geschikt technologisch middel zodat de verwijdering van de vermelde gegevens of bemerkingen onmogelijk is.

Het coördinatiedagboek wordt geopend door de coördinator-ontwerp. Het wordt bijgehouden en aangevuld door de coördinator-ontwerp of -verwezenlijking, afhankelijk van de fase van de werken. Op het einde van de ontwerpfase moet de coördinator-ontwerp het coördinatiedagboek (alsook het geactualiseerde veiligheids- en gezondheidsplan en het postinterventiedossier) overmaken aan de opdrachtgever.

Welke informatie staat in het coördinatiedagboek?

Het coördinatiedagboek moet de volgende elementen vermelden:

· de namen en adressen van de tussenkomende partijen, het ogenblik van hun tussenkomst op de bouwplaats en voor ieder van hen, het voorziene aantal op de bouwplaats tewerk te stellen werknemers evenals de voorziene duur van de werken;

· de beslissingen, vaststellingen en gebeurtenissen die voor het ontwerp of de verwezenlijking van het bouwwerk van belang zijn;

· de opmerkingen gemaakt aan de tussenkomende partijen, in het bijzonder deze betreffende hun eventuele gedragingen, handelingen, keuzes of nalatigheden die in strijd zijn met de algemene preventieprincipes, en de gevolgen die de tussenkomende partijen eraan gegeven hebben;

· de opmerkingen van de aannemers, aangevuld met het visum van de betrokken partijen;

· de gevolgen gegeven aan de opmerkingen van de tussenkomende partijen en van de werknemersvertegenwoordigers die van belang zijn voor het ontwerp van het project of de verwezenlijking van het bouwwerk;

· de tekortkomingen van de tussenkomende partijen ten opzichte van de algemene preventiebeginselen, de toepasselijke regels en de concrete maatregelen aangepast aan de specifieke kenmerken van de tijdelijke of mobiele bouwplaats, of ten opzichte van het veiligheids- en gezondheidsplan;

· de verslagen van de vergaderingen van de coördinatiestructuur;

· de ongevallen.

Wat is het postinterventiedossier (PID)?

Dit dossier bevat alle elementen die nuttig zijn voor de veiligheid en gezondheid en waarmee bij eventuele latere werkzaamheden (onderhoudswerken of verbouwingen) rekening moet worden gehouden. Het postinterventiedossier is altijd aangepast is aan de kenmerken van het bouwwerk. In die zin is het vergelijkbaar met een gebruiksaanwijzing.

Het postinterventiedossier is verplicht op alle bouwplaatsen (ook wanneer de werken door slechts één aannemer worden uitgevoerd).

Het is aan de coördinator(en) om het dossier te openen, aan te vullen en bij te werken. Op de bouwplaatsen met één aannemer is het daarentegen de opdrachtgever of een door deze laatste aangestelde derde die een vereenvoudigd postinterventiedossier moet opstellen. De opdrachtgever moet er in dit geval ook op toezien dat het postinterventiedossier wordt aangepast aan de eventuele wijzigingen die tijdens de verwezenlijking van het bouwwerk worden aangebracht.

Welke informatie staat in het postinterventiedossier?

De inhoud van het postinterventiedossier (PID) verschilt naargelang de vorm die dit dossier aanneemt:

· een volledig PID (oppervlakte van 500 m2 of meer in geval van gevaarlijke werken of grotere omvang (30/20-regel of meer dan 500 mandagen));

· een vereenvoudigd PID (oppervlakte van 500 m2 of meer in geval van niet-gevaarlijke werken of kleinere omvang of in alle gevallen bij bouwwerken < 500 m2 of in het geval van werken met één aannemer).

Het volledig postinterventiedossier (of ‘PID 7 punten’) bevat ten minste de volgende elementen:

· de informatie over de structurele en essentiële elementen van het bouwwerk;

· de informatie over de aard en de plaats van aantoonbare of verborgen gevaren, in het bijzonder ingewerkte nutsleidingen;

· de plannen die werkelijk met de uitvoering en de afwerking overeenstemmen;

· de architecturale, technische en organisatorische elementen in verband met de verwezenlijking, de instandhouding en het onderhoud van het bouwwerk;

· de informatie voor de uitvoerders van te voorziene latere werkzaamheden, in het bijzonder de herstelling, vervanging of ontmanteling van installaties of constructie-elementen;

· de relevante verantwoording van de keuzes in verband met onder andere de toegepaste uitvoeringsmethoden, technieken, materialen of architecturale elementen.

· de identificatie van de gebruikte materialen.

Het vereenvoudigd postinterventiedossier (of ‘PID 4 punten’) bevat ten minste de volgende elementen:

· de informatie over de structurele en essentiële elementen van het bouwwerk;

· de informatie over de aard en de plaats van aantoonbare of verborgen gevaren, in het bijzonder ingewerkte nutsleidingen;

· de plannen die werkelijk met de uitvoering en de afwerking overeenstemmen;

· de identificatie van de gebruikte materialen.

Schrijf je in voor onze nieuwsbriefNieuwsbrief
Vraag een vrijblijvende offerte aanOfferteaanvraag